Vrijmetselarij in Den Haag sinds 1930

Doelstelling



De vrijmetselaar werkt  samen met andere vrijmetselaren aan zijn persoonlijke geestelijke vorming met behulp van de middelen die de Vrijmetselarij biedt. Een belangrijk punt is dat hij weliswaar hulp krijgt van andere vrijmetselaren maar het zelf moet doen.

De Vrijmetselarij kent de volgende middelen:

1) Het in besloten omgeving openlijk kunnen spreken over persoonlijke zaken (zolang het burgerlijk gezag wordt gerespecteerd).          

2) Het bijwonen van lezingen over gebruik van symbolen en ritualen en levensbeschouwelijke onderwerpen. Hiermee doe je kennis op van anderen en krijg je op geestelijk gebied een breder gezichtsveld.

3) Het zelf verzorgen van een inleiding. Dit maakt dat je je moet verdiepen in het onderwerp. Met een oppervlakkige mening over het onderwerp kom je er niet. Door de inleidingen krijg je gevoel voor symbolen en ritualen zodat je ook de schoonheid ervan ziet in andere omgevingen.

4) Het volgens de vastgestelde regels meedoen met de discussies over de in de inleidingen behandelde onderwerpen.

Voor de inleidingen en discussies gelden een aantal regels:
a) Zoek wat verbind en vermijd wat scheidt, dat  betekent o.a. geen discussie over geloof of politieke meningen.

b) Ieder moet aan het woord kunnen komen en moet zonder in de rede gevallen te worden, zijn mening kunnen geven.

c) Je mag niet spreken voordat je toestemming hebt gekregen van de voorzitter. Er wordt alleen gesproken via de voorzitter, dus de  inleider wordt nooit rechtstreeks benaderd (voorkomt het gevoel te worden aangevallen).

d) Men mag de ander niet afvallen, maar er wel op wijzen dat ook nog andere aspecten gelden.

Dit geheel zorgt ervoor dat een logelid gevormd wordt tot een zelfstandig denkend, breed geïnformeerd persoon, die in gezelschap een duidelijk gefundeerde mening heeft en daar vol zelfvertrouwen mee komt. Maar ook kan luisteren naar meningen van anderen.